dinsdag 29 september 2009

bloed, vlees en eieren
















Soms moet je er heel wat voor over hebben om stoer te zijn. Vriendin Vanja en ik verbleven in Solo en hadden gehoord van een slangenrestaurant waar je behalve cobra-sate ook slangenbloed kon drinken. We stonden te popelen…..

De aanwijzingen over de exacte locatie van het restaurant waren wat onduidelijk en na drie kwartier dwalen besluiten we toch maar de becak te nemen. De beste man heeft geen idee waar hij heen moet maar vindt het wel gezellig om ons wat door de stad te fietsen. Na een half uur geven we het op. ‘Gooi ons er hier maar uit.’ Het is al na negenen en de kans dat het restaurant nog open is wordt steeds kleiner. Navraag leidt ons uiteindelijk naar een leeg grasveld waar ons beloofd wordt dat er morgen weer een stalletje zal staan waar we slang kunnen eten. Maar morgen moeten we met de trein dus willen we per se vanavond nog aan de cobra. We houden een taxi aan en de beste man belt de centrale om navraag te doen.

Het kostte even wat moeite, maar toen arriveerden we bij een ‘slangenrestaurant’. Een achteraf schuurtje in een donker straatje waar in een hokje van 2 bij 2, twee plastic krukjes en een houten tafeltje als interieur dienen. Maar op de deur hangt het geraamte van een enorme slang, dus we zitten goed! Er is helaas maar 1 slang beschikbaar, dus we moeten delen. Geen probleem.

Even later komt de man aanzetten met een luid sissende slang in zijn handen die hij over de grond laat glijden en die woest naar ons sist alsof hij weet wat hem te wachten staat. De boze slang krijgt een klem op zijn kop, wordt op de slachttafel gelegd en met een ferme hak wordt zijn kop van zijn lijf gescheiden. Zie zo, die is dood.

De slang wordt opgehangen aan zijn staart, en in een ruk van zijn vel ontdaan. Dat zouden we over een paar dagen gedroogd mee kunnen krijgen voor 0,75 cent. In het lijf blijken18 eieren te zitten! Behalve de eieren worden zijn nieren, lever en hart eruit gehaald. Merkwaardig genoeg klopt het kleine hartje nog 10 minuten door terwijl het op de snijplank ligt.

De eigenaar vertelt dat hij al sinds 1986 slangen serveert. Dankzij de komst van de Chinezen is het steeds populairder geworden. Men gelooft dat het een goed medicijn is voor allerlei kwalen waaronder eczeem, astma en suikerziekte. ‘En het verhoogt de bedprestaties’, fluistert de man en kijkt ons veelbetekenend aan. Meer hoeft hij niet te zeggen. Gretig pakken we het glaasje helderrood bloed gemengd met redbull van hem aan. Aan Vanja de eer van de eerste slok. Ze kijkt wat angstig naar het glas, rolt met haar ogen…en neemt een slok. ‘Smaakt gewoon naar redbull’, zegt ze geruststellend. Dan ben ik aan de beurt, en inderdaad, op de geur na verraadt niks dat je slangenbloed aan het drinken bent.

Het vlees wordt gebraden met knoflook en smaakt verrassend lekker. Als de man met de gekookte slangeneieren aan komt zetten kijken we elkaar even angstig aan, maar ook daar zetten we onze tanden gretig in. Best lekker.

De man vertelt twee keer te zijn gebeten, maar inmiddels behoorlijk immuun te zijn doordat hij om de drie dagen een glaasje bloed drinkt. Als bewijs pakt hij de afgehakte slangenkop, knijpt het gif eruit, smeert het op zijn huid, waarna hij erover wrijft en het wit wordt. We kijken elkaar aan. Er is altijd baas boven baas. Met luid gepiep en gestommel doen vervolgens twee enorme ratten hun intrede. Slangenbloed drinken en slangeneieren eten is een ding, maar er komt een keer een einde aan onze stoerheid. Hoog tijd om te vertrekken.


Toen er vlak daarna twee enorme ratten om een paar centimeter van onze voeten door het hok renden vonden we dat we stoer genoeg waren geweest en het hoog tijd was te vertrekken.

donderdag 17 september 2009

De Holleeder van Bali


The boss

Ik zat ergens in Noord-Bali onschuldig aan een geitensateetje te knabbelen toen ik hem ontmoette, The Boss. Lang haar, gouden ringen om zijn vingers en een enorme koraalketting om zijn nek. The Boss ladies and gentlemen is de Holleeder van Bali, zonder dollen.

Het begon allemaal heel gewoontjes. The Boss knoopte een praatje aan terwijl ik aan het eten was. Al snel vertelde hij dat hij iets verderop in de bergen een restaurant en bijbehorende villa had gekocht met een enorm stuk oerwoud erbij. Normaalgesproken verdwijn ik natuurlijk niet het oerwoud in met een vreemde man, maar aangezien ik nog een mannelijke compagnon bij me had, durfde ik het wel aan. We reden achter The Boss aan, en na een paar minuten kwamen we inderdaad bij een verlaten restaurant met een magnifiek uitzicht. De villa was zo mogelijk nog mooier. We zaten voor op de veranda, die uitkeek op de berg aan de overkant en het tussenliggende oerwoud. The Boss stak van wal. Hij had jarenlang in Japan gewerkt voor de maffia aldaar. ‘Ik heb in alle auto’s gereden die je maar kan bedenken, van Lamborghini’s tot Ferrari’s. Ik was de bodyguard van de zoon van de hoogste maffiabaas’, vertelde hij trots.

Dat hij zelf ook bepaald geen lieverdje was bleek alleen al uit het evil lachtje dat hij geregeld liet horen. Waarom hij niet langer in Japan woonde? ‘Laten we het erop houden dat ik heel, heel veel stoute dingen heb gedaan’, grinnikte hij. ‘Maar nu ben ik 42 en wordt het tijd om aan mijn karma te werken. Ik heb zoveel verkeerds gedaan, het is nu tijd mijn karma in balans te brengen.’

‘Heb je zin in een joint’, vraagt hij tussen neus en lippen door. Ik kijk mijn metgezel verschrikt aan. Daarvoor kan je in dit land zo goed als levenslang achter de tralies verdwijnen. Maar daar is The Boss niet bang voor. ‘Die luitenant-kolonel hier in Noord-Bali heeft slechts twee streepjes, dat is niks voor mij’, lacht hij. ‘Dan bel ik gewoon mijn vriend, en die zorgt dat de beste man binnen 3 dagen weg is.’ Moet ik hem geloven?

‘Ik heb 6 keer in de bak gezeten’, vertelt The Boss verder. Waarvoor? ‘Tja, wat mishandelingen en ik heb er een paar omgelegd.’ Slik. ‘Zie je die bomen daar aan de overkant van de berg? Die lijken vanaf hier heel klein, maar zijn in werkelijkheid heel groot. Maar er zit zo’n 4 kilometer tussen. Ik heb ze laatst proberen te raken met mijn ‘automatic guns’, en ik heb echt hele goeie guns, maar ik kon de bomen niet eens raken, zo ver weg zijn ze.’ Ik kijk ietwat angstig naar mijn metgezel. Wordt het niet hoog tijd te vertrekken voordat we zelf worden omgelegd?

Na een beetje doorvragen wil The Boss best toegeven dat hij miljoenen, miljoenen en nog eens miljoenen dollars heeft gestolen van de Japanse maffia, en daarom nooit meer die kant op kan. ‘Ze zijn 3 keer geweest hier op Bali, maar kunnen me hier niks maken. Dit is mijn land’. Hij lacht zijn evil lachtje.

Oh ja, hij heeft ook nog 7 vrouwen die allemaal in 1 huis wonen. Of ze nooit ruzie maken vraag ik hem. ‘Waarom’, wil hij weten. ‘Om jou bijvoorbeeld’, opper ik. Dan moet hij helemaal hard lachen. ‘Ik ben toch nooit thuis.’

Dan neemt hij ons mee naar zijn café, beneden in het dorp. ‘Cognac’, vraagt hij en zet meteen een dure fles op tafel. Hij schenkt zijn glas vol en begint daar, midden in zijn café, een joint te draaien! Mochten we hiervoor getwijfeld hebben aan zijn grote verhalen, dan is dit het bewijs. Hij is echt The Boss. Als je in Indonesië in het openbaar zonder blikken of blozen een jointje draait, dan heb je echt, echt veel macht en ben je voor niks of niemand bang.

Terwijl hij aan zijn joint hijst komt een van zijn ‘mannetjes’ binnen. Hij is vandaag op de mango-plantage geweest en komt de opbrengst van de dag brengen. Mijn ogen rollen zowat uit mijn kassen als ik de enorme stapels bankbiljetten over tafel zie gaan. The Boss lacht. ‘Ik krijg ook geld van de hotels die ik hier in Lovina heb, van mijn nootmuskaatbomen, plantages, en van alle beveiligingswerk dat ik in Kuta doe. Ik doe de beveiliging in alle clubs en discotheken daar. Ze betalen me grof geld, en kijk ik waar ik ben? Lekker in mijn eigen cafe, niks doen, haha. Oh ja, mocht je ooit problemen hebben, laat dan mijn visitekaartje maar zien, iedereen kent me. Hij lacht zijn evil lachtje. ‘Nog wat cognac?’

donderdag 3 september 2009

Yes I can...


zaterdag 29 augustus 2009

Never a dull moment...

Het leuke in dit land is dat je nooit weet wat er gaat gebeuren. Elke dag zit vol kleine verrassingen. Zit je om 5 uur ’s morgens op het vliegveld, valt ineens de stroom uit en ziet niemand in de vertrekhal nog een hand voor ogen. Parkeer je je motor om ergens een foto te nemen van een mooi panorama over de terras rijstvelden in de bergen van Bali, zit er een aap doodleuk op je motor als je terugkomt.

Laatst zaten we net lekker onderuitgezakt op de poef op mijn veranda, toen ik gemorrel aan het slot beneden hoorde. Ik had een glas wijn in de ene hand en een stuk stokbrood met kaas in de andere toen de schoonmaakster haar hoofd om de hoek stak. ‘Ceremonie’, was het enige wat ze zei waarna in optocht 5 mensen mijn veranda opkwamen, elk met een mand vol offers.

Twee maal per jaar wordt elk huis gereinigd van boze geesten en vandaag was het de beurt aan mijn huis. Terwijl wij nog steeds verbaasd keken, begon de priester, gekleed in wit, zittend op een stoel met een gouden belletje te klingelen en te zingen in het Balinees. Het klonk niet heel bedreigend maar de boze demonen werden er vast bang van. Ondertussen waren de vrouwen bezig overal wierrook neer te zetten. Mijn huistempeltje links voor op de veranda (elk huis in Bali heeft minimaal 1 klein tempeltje) werd versierd met allerlei offertjes.

Wat een geluk. Gratis een privé ceremonie terwijl ik van een goed glas wijn genoot, weer een leuke verrassing die je 5 minuten daarvoor niet had kunnen bedenken.

Na een half uur was de ceremonie voorbij. De man in wit hield op met klingen en zingen en gaf ons een offermandje gevuld met lekkers. Mandarijnen, rijstekoekjes en…een heerlijke doormidden gespleten gefrituurde kip met kop, snavel en poten er nog aan. Geweldig! Heerlijk voor bij de wijn..

Afdingen is een vak

Afdingen is een kunst die je in Indonesië snel onder de knie moet zien te krijgen. Behalve in grote winkels en supermarkten zijn verder de prijzen overal onderhandelbaar. Onderhandelen is een spel, en je houdt ervan of niet. Ik ben er persoonlijk niet zo’n fan van. Al dat gedoe en gesteggel voordat je eindelijk in de becak kunt gaan zitten. Maar het spel heeft ook zo z’n charme. Laats was ik in Denpasar op de markt. Naast de bakken afgehakte kippenledematen en bloederige bakken vol stukken vlees bedekt met vliegen, kon je hier ook allerlei kruiden krijgen, waaronder saffraan. De kenners onder ons weten dat dit heel moeilijk te krijgen is en meestal erg duur. Hier lagen zakjes prachtige stampertjes te wachten op een koper. Het vrouwtje met wie ik even daarvoor aan de praat was geraakt en me mee had genomen naar het kraampje van haar zus, drong aan een zakje te kopen. Natuurlijk. 150.000 duizend rupiah, zo’n 10 euro wilde ze ervoor hebben.

Ik peinsde er niet over. “Mag ook goedkoper hoor’, begon de vrouw het welbekende afdingspel. ‘Hoeveel wil je ervoor geven?’ Ik wilde het eigenlijk helemaal niet zo per se hebben, en schud wat met mijn hoofd, draal en loop weg. ‘Ok, ok, voor 100.000 mag je het hebben’, roept ze me na. Weglopen is verreweg de meest effectieve stap in dit spel. De prijs zakt met elke meter die je bij de verkoper vandaan zet. Maar ook voor 100.000 wil ik het niet hebben en ik loop nu helemaal weg, naar beneden, en naar buiten. Ik sta net een bak volgestouwde kippen te bewonderen als de zus die mij in eerste instantie naar haar toe had gebracht weer aan komt rennen. Voor 40.000 mag ik de saffraan hebben. Ik weet dat dit wel echt het uiterste bod moet zijn en ga akkoord. Toch mooi 110.000 van de oorspronkelijke prijs af gekregen.

Diezelfde dag, nog geen twee uur later. Ik zit op de brommer, moet volgens de borden rechtsaf, maar ik zie verder iedereen rechtdoor rijden. Het zal wel. Ik sla af, ben nog geen 5 meter na de bocht als er een agent voor mijn brommer springt en me maant te stoppen. Shit. ‘Je mag hier niet rechtsaf slaan’, zegt de agent. En neemt me mee naar zijn uitkijkpostje op de hoek van het kruispunt. ‘Heb je je rijbewijs bij je?’ Shit. De agent begint meewarig met zijn hoofd te schudden. Gelukkig heb ik wel mijn brommerregistratiepapieren bij me en die overhandig ik hem trots. ‘Zo’, zegt de beste man, ‘ik neem deze papieren in en je kan ze 2 september op het hoofdbureau afhalen. Ik slik.

‘Of wil je ze soms vandaag mee hebben? Dat kost je dan 50.000 rupiah. Alhoewel ik dolblij ben dat hij me niet de toeristenprijs rekent die zo’n 300.000 zou zijn geweest, probeer ik een andere tactiek. ‘Vijftig duizend’, vraag ik vol ongeloof. ‘In Yogya kost zo’n bekeuring maar 20.000’. Ik lul maar wat maar je kan het altijd proberen. ‘Toe 30.000 dan opper ik, maar de agent houdt vol, 50.000. Ik schud mijn hoofd. ’40.000, meer ga ik echt niet betalen’, probeer ik brutaal. En ja hoor, de agent is akkoord.

Met een grote smile rijd ik weg, nadat de agent me wel tien keer zijn excuses aanbiedt voor de bekeuring. In welk land gaat het afdingspel zo ver dat je zelfs bij de politie kan afdingen op je bekeuring? Voor een keer ben ik blij met de corruptie in dit land.

zondag 2 augustus 2009

Maaike loves Bali

Ik geef toe, het is een beetje stil geweest van mijn kant. Niet omdat ik het nou zo razend druk heb met werk, maar meer met genieten van Bali.

Behalve een artikel over wijn op Bali, ja, je moet altijd dicht bij je talent blijven :-) heb ik weinig uitgevoerd. Behave elke dag naar het strand gaan en onder leiding van mijn Finse vriendin Joana de leukste plekjes ontdekken. Laatst sleepte ze me mee naar de meest decadente club van heel Bali. En decadent was het. Op de loungestoelen achter ons zaten Nada van Nie met exman Bryan Roy en de kids, en op het strand voor de club botste ik bijna tegen Marco Borsato op. Eerlijk waar. Moet toegeven dat vrouwlief er ook zonder make-up errug goed uitziet.

Maar maak je geen zorgen dat ik verander in een strand monster. Op af en toe wat alcohol na ben ik walchelijk gezond aan het doen. Ik ben begonnen met kickbox lessen, 2 maal per week. Ja, daar ben ik zelf ook wel een beetje van onder de indruk, Maaike in de sportschool. En het ergste is dat ik het nog ontzettend leuk vind ook. De dag erna kan ik meestal bijna niet lopen van de spierpijn, maar nooit geweten dat het zoveel voldoending kan geven om iets(boxbal) of iemand flink te bewerken met je vuisten en benen. Nadeel is wel dat je de volgende dag zelf ook onder de blauwe plekken zit.

Heb gister een huisje gevonden waar ik extreem gelukkig mee ben. Het is in Seminyak, het upperclass gedeelte van Bali waar alle rijke stinkerts in hun luxe villa's wonen. Mijn huisje is boven een galerie, kijkt uit over de rijstvelden en is op loopafstand van het strand,. De eigenaresse is binnenhuis architecte geweest dus alles ziet er ook nog eens geweldig uit. oh ja, én er is een hangmat!

Over 3 daagjes ga ik eindelijk Floorlief in mijn armen sluiten, en dan gaan we samen Bali onveilig maken. Ik kan niet wachten.

zaterdag 25 juli 2009

Gedegradeerd

Ik ben gedegradeerd in stoerheid. Ik heb mijn scooter in Yogya ingeleverd en ben verhuisd naar Bali. Omdat in Bali alles lekker dichtbij elkaar ligt, kan je hier makkelijk alles fietsen. De eerste dag na mijn aankomst meteen op pad gegaan om een fiets te kopen. Hij mocht natuurlijk niet te duur zijn.....In de fietsenwinkel was het even slikken, de fietsen waren toch iets duurder dan ik verwacht had. Maar, stelde de man me gerust, voor in de winkel stonden de goedkope fietsen (60 euro). Waaronder een prachtige nep-oude herenfiets. Helaas niet verkrijgbaar in damesvariant. Aangezien die stang toch erg onpraktisch is met rokjes, bleef er maar 1 andere optie open: de rode dames tourfiets….met mandje! Slik.

Een fiets met mandje ipv een scooter, ik moest even wennen aan het idee. Maar hoe lelijk ook, zo’n mandje is best handig, zei ik tegen mezelf, en 5 minuten later was ik de trotse eigenaar van mijn rode mandjes-fiets. Missie volbracht. Nu alleen nog terugfietsen naar mijn hotel. Geen idee waar dat was. Gelukkig had de man van de winkel een idee, hij zou mij plus fiets wel even ‘thuis’ afleveren. ‘Spring maar achterop de motor’, zei hij. Ik keek hem vreemd aan maar deed wat hij zei. Vervolgens pakt hij de fiets, keert ‘m om, zet het zadel op mijn ene been, het stuur op mijn andere, en daar gaan we. Indonesiers vervoeren werkelijk alles op de fiets, tot hele winkels aan toe, dus niemand keek raar op van een toerist die achterop de motor zat met een fiets op zig. De enige die raar keken waren de andere toeristen….

Nu fiets ik dagelijks met mijn inmiddels zeer geliefde mandjesfiets door Bali. En het is nog gevaarlijker dan motorrijden! En ik word regelmatig uitgelachen. Maar dat maakt niet uit, mijn fiets en ik, wij kunnen de hele wereld aan!

zondag 19 juli 2009

Bommen

Oud nieuws, maar afgelopen vrijdag zijn er zoals jullie weten 2 bommen ontploft in Jakarta. Ik lag nog lekker te slapen toen mijn vriendin in Bali me een sms stuurde dat ik zaterdag uit moest kijken als ik naar Bali zou vliegen en niet te lang op het vliegveld rond moest hangen. Ik had geen flauw benul waar ze het over had. Maar zodra ik de tv aandeed en ik de beelden zag, gierde de adrenaline door mijn lijf. Ik rende naar mijn kamer, begon als een gek mij rugtas te pakken en wilde al op de taxi naar het vliegveld stappen toen ik bedacht dat het wellicht verstandiger was eerst met de krant te bellen.

Wat ik me niet realiseerde was dat het vrijdag was en er op zaterdag geen krant uitkomt en ik dus niets kon schrijven voor de volgende dag. Dan had het ook geen zin om naar Jakarta te gaan. Wat op zich ook heel goed uitkwam omdat ik zaterdag van plan was om naar Bali te verhuizen.

De aanslagen zijn nog niet opgeeist, maar men vermoedt dat Noordin M Top erachter zit, een leider van een geweldadige splintergroepering van Jemaah Islamiyah, die ook verantwoordelijk was voor de eerdere bomaanslagen op Bali.

Ik ben ook een beetje huiverig voor Bali, je weet maar nooit, dus ik heb besloten een verstandige meid te zijn en Kuta zoveel mogelijk te mijden....bijkomend voordeel is dat je dan ook minder last hebt van dronken Aussies..

dinsdag 14 juli 2009

Wie gaat het worden


Al weer een beetje laat, maar vorige week waren er presidentsverkiezingen. Ik toog af naar het vredige kuststadje Pacitan waar de huidige president SBY (afkorting) vandaan komt.


Meestal is de verkiezingstijd een roerige tijd, zo niet dit jaar. De hele verkiezing en het circus eromheen was ronduit saai. Alle 3 de kandidaten beloven namelijk precies hetzelfde: 'vooruitgang voor de kleine man'. Of zoals een man die ik interviewde het zo mooi zei: 'het is net een vaas bloemen. Alle drie de vazen hebben een andere vorm, maar hun functie ie exact hetzelfde. Debatten tussen de 3 kandidaten werden monologen waarin ze elkaar gelijk gaven en braaf meeknikten.


Ik zal ze even aan je voorstellen. Je hebt SBY, de huidige president, die de afgelopen 5 jaar idd het nodige gedaan heeft om de kleine man vooruit te helpen. Goedkoop onderwijs, betere en goedkopere zorg, microkrediet, etc. Dan heb je de enige vrouw van het stel: Megawati. Zij is eerder aan de macht geweest en heeft pijnlijk weinig gepresteerd in die tijd. Dan het je als laatste Jusuf Kalla, de huidige vice-president.
Elke kandidaat heeft een runningmate. SBY's runingmate is iemand uit het bankwezen, wat tot veel boe-geroep over neo-liberalisme leidde. Maar nee, dan de andere 2 runningmates. De een is verantwoordelijk voor het gewelddadig neerslaan van de studentenprotesten in 1998, de ander voor de moorden op oost-timor. Lekker zooitje.
Maar goed, de boodschap van alle 3 is dus eender. Kalla heeft tegen zich dat hij niet uit Java komt, 'en hoe kan iemand die geen Javaan is nu het land leiden', vraagt mijn informant zich hardop af. Megawati heeft als enige pro dat ze de dochter van de allereerste en zeer geliefde president van Indonesie is, Soekarno. Dat SBY zou gaan winnen werd in de polls al voorspeld.
In Pacitan is SBY natuurlijk helemaal de held. Bij zijn oude huis dat nu omgetoverd is tot een klein museum, is het die dag erg druk. Oude schoolvrienden halen herinneringen op uit de tijd dat ze samen in een band zaten en The Bee Gees nummers speelden. En over de kwajongensstreken die ze uithaalden. Maar SBY niet hoor, verzekerden ze me, die keek altijd alleen maar, maar deed zelf niet mee. Nee, tuurlijk niet.
Bij het lokale stembureau waar ik die dag ging posten kwamen 404 mensen stemmen. Op een formulier staan de foto's van de 3 koppels, de koppel naar keuze moet aangevinkt worden met een rode stift. De commissie die de verkiezing leidt is erg streng. Heb je 2 vinkjes gezet, dan wordt je stem afkeurd. Een melige stemmer heeft SBY enkel een rood snorretje gegeven, het formulier word niet meegeteld.
Na het stemmen doop je een vinder in groen-paarse inkt, die er een paar dagen niet afgaat. Zodat je niet nog een keer kan gaan stemmen. Heel slim bedacht.
Na anderhalf uur tellen heeft Kalla 9 stemmen, Megawati 19 en SBY 364. In Pacitan zijn ze reuze tevreden, 'hun' president heeft gewonnen. Ook de landelijke peilingen laten een 60% meerderheid voor SBY zien.
'Hij heeft de afgelopen 5 jaar goed werk geleverd, laat hem dat maar voorzetten', zegt een oude man. 'SBY is onze held'.

maandag 6 juli 2009

Koude kermis

Er zijn van die momenten dat je even vreselijk baalt dat je in Indonesië bent. Vandaag is zo’n dag. Zonder verder in detail te treden kan ik wel zeggen dat ik reden had om een feestje te geven. Toen vanmorgen ook nog bekend werd dat Sutik en Hope een visum voor Nederland hadden gekregen, was er helemaal reden tot feest.

Alcohol is schaars als je niet op Bali woont, bier is nog net aan te komen als je een beetje moeite doet, maar veel meer is er niet. Behalve in dat ene kleine winkeltje waar ze onder de toonbank Indonesisch gestookte, maar desalniettemin zeer goed drinkbare, wodka en whisky verkopen.

De sms-jes voor het zuipfestijn zijn de deur uit, ik klim op mijn motor om een flinke hoeveelheid drank en chips in te slaan. Als ik mijn bestelling opgeef zegt de jongeman achter de toonbank met een stralende glimlach op zijn gezicht dat zowel whisky als wodka op zijn. ‘Hij neemt me in de maling’, denk ik. Er zijn 2 andere mannen in de winkel, wellicht dat de jongen denkt dat ze van de politie zijn ofzo. Ik wacht geduldig tot de mannen weg zijn en vraag dan nog een keer heel beleefd om de felbegeerde drank. ‘De voorraad is op’, antwoordt de jongen resoluut. ‘Onlangs allemaal in beslag genomen’.

Ik kan de boel wel kort en klein slaan. Heb je een keer een reden om iets te vieren, heb je geen ingrediënten om het mee te vieren. Ik verdenk de politie ervan dat ze ivm de presidentsverkiezingen van aanstaande woensdag alle drank in beslag hebben genomen om problemen te voorkomen, zoals ze laats ook in Solo hebben gedaan. Hetzelfde geldt voor de jacht op wiet.

Zo corrupt als Indonesië is, kun je in dit geval nog maar op 1 plek terecht: bij de politie zelf. Die verkoopt via de achterdeur weer voor een dubbele prijs wat ze tijdens hun razzia hebben buitgenomen. Maar aan dit corrupte zooitje wil ik geen deelgenoot zijn dus rij ik met lege tassen weer naar huis. Leve Indonesië!

vrijdag 3 juli 2009

Prodentsmile

Voor je het weet verander je hier in een Gooische Vrouw. Zo zat ik vanmorgen een uur lang in de tandartsstoel. Niet omdat ik kiespijn had, maar om mijn tanden te bleken met laserbehandeling! Iets wat in Nederland een kostbare 'ingreep' is, maar hier slechts eenvijfde van de prijs in Nederland is. Een uur later liep ik met een stralende Prodentsmile naar buiten.

Het probleem van een land waar alles heel goedkoop is, is dat je je een soort maakbare mens gaat voelen. Ik had het er laatst over met een vriendin, die ook net haar tanden had laten bleken. 'What's next?' zeiden we tegen elkaar. Permanentje? voor minder dan 5 euro heb je hier een bos prachtige krullen. 'Waarom laten we geen extensions zetten', opperde mijn vriendin, die net als ik haar haar wil laten groeien, maar wat niet zo wil vorderen. 'Ik las ook dat je hier een behandeling kan doen die je bovenbenen en billen strakker maakt', fantaseert ze verder. 'Zal ook wel niet zoveel kosten.'

Lange haren, witte tanden, strakke benen, als we er een klein beetje geld tegenaan gooien kunnen we ware Barbies worden hier. Vooralsnog heb ik alleen maar pijnscheuten in mijn tanden . Wie mooi wil zijn....

vrijdag 26 juni 2009

Het vervelende leven van een freelancer....

Cocktails drinken,
Van de zonsondergang genieten,

....en nog meer cocktails drinken!


Model voor een dag


‘Wat ben je bruin!’ Jepang zegt het met afschuw. Trots kijk ik naar mijn armen. Ik ben inderdaad bruin. Bruiner dan de gemiddelde Indonesiër zelfs. Daar heb ik dan op Bali ook mijn stinkende best voor gedaan. Maar Jepang is niet onder de indruk, sterker nog, hij had liever gezien dat ik nog zo wit zou zijn als toen ik hier net aankwam. Hoe witter de huid, hoe mooier men het in Indonesië vindt.

En de combinatie van een blanke huid en blond haar, is helemaal exotisch. Zo exotisch dat het niet eens uitmaakt of je wel of niet mooi bent, je huid en haarkleur zijn reden genoeg om hier gevraagd te worden om model te staan voor het een of ander. Vandaar dat mij de eer te beurt viel om het nieuwste ontwerp T-shirt van de alhier zeer bekende death metalband Venom te showen. De foto’s zijn bedoeld voor de website, om zo de merchandising wat te stimuleren.

Death metal is op mijn lijf geschreven dus dit aanbod kan ik natuurlijk niet weigeren. Het shirt blijkt aan alle verwachtingen te voldoen. Zwart, wijd en met een print bestaande uit talloze doodshoofden en lijven waar mensen in steken. Prachtig.

De fotoshoot verloopt, zoals de meeste dingen hier, nogal chaotisch. De foto’s worden gemaakt in de studio/oefenruimte van de band. Het is al donker, de geluidskamer wordt verlicht door een flauw peertje. Beschimmelde muren dienen als achtergrond. Over mijn korte broek zijn ze zeer te spreken. ‘Ja absoluut ook wat rode lippenstift’, dat staat lekker fris’, hinten ze.

Orders geven en directheid komen hier in het woordenboek niet voor. Na een kwartier lief naar de camera te hebben geglimlacht kom ik erachter dat lief glimlachen en death metal niet samengaan. ‘Zeg dat dan meteen!’ Mijn boze bitch-look, dat is wat ze zoeken. Nooit geweten dat het zo moeilijk is om op commando boos te kijken. En natuurlijk had ik mijn haar niet moeten stylen, ik had het beter nog kunnen touperen. Voorzichtig krijg ik wat aanwijzingen, been naar achter, been naar voren. ‘Maaike, je lacht nog steeds een beetje’, zucht de fotograaf.

Het wordt warm in het hok dus floept de airco aan. Zodra de koude wind begint te blazen floept en een groot zwart ding uit het apparaat voor mijn voeten. Een kakkerlak. Heel death metal inderdaad.

De achterkant van het T-shirt is ook belangrijk, dus word ik op een kruk gezet. Bedoeling is dat ik met een hand mijn haar omhoog hou, de andere hand in mijn zij zet en mijn rug zo kronkel ‘als een vrouw die aan het baden is’. Ja ja. Mijn poging om sexy te zijn ziet er op de foto hilarisch mislukt uit, en na een kwartier proberen heb ik overal kramp in mijn rug.

Nee hoor, een ding weet ik zeker. Hier ben ik niet voor in de wieg gelegd! Ik verontschuldig me voor mijn gebrekkige optreden en stap opgelucht op mijn brommer. Eens maar nooit meer!

donderdag 18 juni 2009

Gehaaide Indo's

Iedereen wil een slaatje slaan uit het toerisme op Bali, dat is logisch. Vaak gebeurt dit op onsubtiele, zeg maar gerust hoogst irriterende wijze. Op het strand liggen wordt haast een kwelling als je om de minuut gestoord wordt. 'Pineapple, plett your hair, massage, sunglass, icecream?' Ik kan nog wel een uur doorgaan. Natuurlijk wil je niets liever dan tijdens het genieten van de zonsondergang in zee gestoord worden door een mannetje die een boog met pijlen verkoopt. Of een enorm houten beeld, past lekker in je tas ja.

Nee, de verkopers kunnen behoorlijk op je zenuwen werken. Maar als je het goed aanpakt, ze niet aankijk, slechts woest met je hoofd schudt en bij elke benaderpoging vooraf heel luid 'no thank you' roept, ben je ze redelijk snel kwijt.

Maar in sommige delen van Bali nemen ze geen 'no for an answer'. Toen ik op mijn tocht door de bergen plots een tempel zag, besloot ik polshoogte te gaan nemen. Altijd goed voor exotische vakantiekiekjes. Ik was zo slim geweest zelf een sarong bij me te hebben (die moet je vaak om in een tempel). Zelfvoldaan stap ik op de tempel af, kijk mij eens goed voorbereid zijn. Ik had het vrouwtje dat sarongs verkocht aan slecht voorbereidde toeristen als sip zien kijken.

Maar net als ik de poort binnen wil lopen klomt er een heel agressief vrouwtje op me af. Ze houdt me staande, gebaart driftig en knoopt een smoezelige sjaal om mijn middel, over mijn sarong. Ik kijk haar verbaasd aan. 'For respect' zegt ze dwingend. Ik geloof er geen moer van. Ik wil het ding weer afknopen als ze tegen me begint te tieren; 'for respect' herhaalt ze en haar ogen spuwen vuur. Ik geloof haar nog steeds niet, heb immers toch al keurig een sarong om. 'Twenty thousand roepia', zegt ze en houdt haar hand op. Nu geloof ik haar al helemaal niet meer. Ze probeert me gewoon een poets te bakken. Ik knoop het ding af, het vrouwtje wordt nog bozer, en ik ben er klaar mee. Helemaal klaar. Bekijk het maar met je stomme tempel. Ik draai me om en loop naar mijn brommer. Als ik 2 minuten later weer langsrijd zie ik nog net het agressieve vrouwtje haar sjaaltje om de heupen van een Japanse toeriste knopen.

zaterdag 13 juni 2009

Fuck de truck, fuck de schurfthond maar vooral FUCK de Rabobank!

Ja, dat mag best eens gezegd worden. Ik ben heus geen autist maar als mijn vakantieplannen in de war geschopt worden.....

Het begon op een morgen, op de veranda van mijn bamboe bungalowtje dat uitkeek over de oostkust van Bali. Volgens mijn lonely reisbijbel zou het volgende stadje de laatste zijn waar ik kon pinnen voor ik aan mijn geplande tocht langs de noord-oost kust zou beginnen. Drie waren het er, drie hele banken in een stadje dat niet veel meer was dan een dorp met een grote bus-terminal maar op de kaart een immense stad leek. Twee van de drie banken accepteerdern geen Maestro (rabo) kaart. De laatste bank na veel gezoek eindelijk gevonden, accepteerde Maestro stond erop...mooi niet dus. Hoe vaak ik die klote kaart ook in de machine stopte, 'invalid action' kwam er in beeld te staan. F***grrrr**

Goed, ik had nog 100.000 roepia. Klinkt misschien veel, maar is niet meer dan 6 euro. Maar niks zou mijn plan in de war schoppen, dan maar een goedkoopje nachtje in Amed, mijn reisdoel. Na ongeveer 4 uur rijden bereik ik Amed, op zoek naar goedkope overnachting. Maar alles wat ik vind kost minstens 100.000 En ik moet nog wel kunnen eten en tanken. Ook vertellen ze me doodleuk dat de grote stad in het noorden waar ik de volgende dag heen wil, geen bank heeft waar je met Maestro geld kan pinnen.

Ok, nadat ik 10 keer de rabobank vervloekt heb stap ik weer op mijn brommer. Er zit niets anders op dan de route helemaal om te gooien en af te zakken naar het zuiden, naar het toeristische Ubud waar ik wel moet kunnen pinnen.

De hele weg weer terug, de bergen in. Hier begint het fuck de truck gedeelte. De immense vrachtwagens volgeladen met stenen kennen het begrip roetfilter niet. Sterker nog, de oude krengen produceren zoveel uitlaatgas dat je geen hand voor ogen ziet en in een stinkende zwarte wolk rijdt! En ze kunnen als ze de berg op moeten niet harder dan 20 k/m per uur. Probeer ze maar eens in te halen op die kronkelweggetjes in de bergen met afgronden en zonder vangrail.

Als je dan eindelijk lager gelegen oorden heb bereikt ligt het volgende gevaar letterlijk op de weg. Schurfthonden. En als ik schurfthonden zeg bedoel ik ook echt SCHURFThonden. Nergens op aarde lopen zulke vieze, lelijke schurftige honden rond als op Bali. En ze lopen het liefst langs de kant van de weg, om geheel onverwacht, vlak voor je, ineens de weg over te steken. Tot twee maal toe bijna zo'n klotebeest aangereden.

Als ik dan na 9 uur onderweg te zijn geweest eindelijk Ubus bereik en er een gewillige bank is die me wel geld geeft, vergeet ik alle ellende en hol naar de eerste beste bar om mezelf op een welverdiende cocktail te trakteren.

dinsdag 9 juni 2009

Beautiful Bali

Na 5 weken in een grote stinkstad als Yogya heb je wel een vakantietje verdiend vond ik zelf. Dus trakteerde ik mezelf op 10 daagjes Bali.

Het is ongelofelijk, maar zelfs in begin juni is het haast onmogelijk om nog ergens een kamer te krijgen. Alles zit vol! Maar heb een redelijke kamer voor een redelijke prijs weten te bemachtigen in Kuta. Was bijna vergeten hoe vervelend dronken Aussies zijn....

Omdat ik de verleiding van de ontelbare winkeltjes vol leuke kleren, sierraden en sandalen bijna niet kan weerstaan ben ik vandaag op de vlucht geslagen. Samen met mijn rugzakje en mijn brommer ga ik de komende week heel Bali over reizen. Is het plan althans. Vandaag na 3 uur rijden een paradijselijk baaitje gevonden waar ik eigenlijk de hele week wel wil blijven liggen. Bamboo hutje aan zee voor 5 euro per nacht, straks een vers visje eten...wat wil een mens nog meer?

Later meer Balinese geneugten..

maandag 1 juni 2009

Extreme make-over

Je hebt soms van die dagen die totaal anders lopen dan je van te voren had kunnen denken. Afgelopen zaterdag was zo'n dag. Nrc-correspondente Elske Schouten was een weekendje over naar Yogya en zaterdag besloten we de naarburige stad Solo met een bezoek te vereren.

Dwi, een jonge fotograaf die Elske ooit een keer ontmoet had woont in Solo dus natuurlijk moesten we die ontmoeten. Elske en ik verlangden heimelijk naar een fietstochtje door deze vredige stad, om enigzins aan onze nostalgische fietsbehoeftes toe te kunnen geven. Dus Dwi en zijn vriend begeleidden ons braaf op de martelwerktuigen die ze hier fietsen noemen.

Maar Dwi vertelde dat zijn moeder ons toch wel erg graag wilde ontmoeten, dus wij in de auto naar het huis van zijn ouders. Wat bleek? Ma-lief was weddingplanner! Mijn ogen begonnen al te twinkelen bij het idee .....en ja hoor. Een half uur laten kregen zowel Elske als ik een extreme-make over en werden we omgetoverd in Javaanse bruiden. Het resultaat? De foto's zeggen genoeg.

Javaanse bruid
















Javaanse bruid vervolg

Zeg nou zelf, wie zou er nou niet met me willen trouwen?


Samen met Elske en mevouw de weddingplanner


En dit krijg je als je weer ontdaan bent van je gewaad en hoofdtooi.....



maandag 25 mei 2009

Hapje koeievel

Niets is hier wat het lijkt. Zeker niet als het op eten neerkomt. Al drie weken ben ik aan ik hongerig op zoek naar aubergines, wat ik erg lekker vind en wat ze hier ook schijnen te bereiden.
Toen ik laatst in een van de goedkoopste eettentjes (local student place) van de stad eindelijk mijn aubergine dacht gevonden te hebben, kwam ik van een koude kermis thuis. De bruin- achtige stukken die op mijn rijst geschept waren bleken namelijk geen stukjes aubergine, maar opgekrulde koeiehuid met vet en al. Gatverdamme!

Ergens in mijn achterhoofd wist ik mij te herinneren dat 'tongseng' aubergine betekende. Toen ik dat dus laatst in een leuk restaurantje aan zee op de kaart zag staan, was ik meteen dolenthousiast. Eindelijk zou ik mijn aubergine krijgen! Maar wederom gruwelde ik toen ik het gerecht voorschoven kreeg: weer gekrulde koeievet. Potver!

Na bijna een maand ben ik erachter. Het moet geen tongsen zijn, maar terong. Ach ja. Dat die paar letters zo'n verschil kunnen maken tussen een heerlijke maaltijd of gruwelen bij de aanblik van weer een bord koeiehuid.